Ik zei het toch, soms is er geen bal aan als ik uit mijn raam kijk. Een schrale troost: waarschijnlijk zit iedereen vandaag naar dezelfde treurnis te kijken.
Ik zei het toch, soms is er geen bal aan als ik uit mijn raam kijk. Een schrale troost: waarschijnlijk zit iedereen vandaag naar dezelfde treurnis te kijken.
Dus ik kocht vanmiddag een nieuw mandje.
Ik kocht een mandje voor losslingerend papier en andere troepen. Het mandje stond vijf minuten op tafel, toen werd het ingepikt. Is nu van hem.
Ik ben gezegend met een 'room with a view'. Tot het moment dat de geplande acht verdiepingen tellende flat daadwerkelijk voor mijn deur gaat verschijnen, maak ik dagelijks een foto vanachter het raam van mijn woonkamer. Soms heel saai, soms spectaculair. En soms Four seasons in one day. Gewoon, recht voor m'n neus. Het is niet moeilijk, het zit 'm in herhaling en volhardendheid.
Volgers van Facebook en Twitter weten inmiddels wel hoe de vlag er hier bij hangt. Ik ruim puin. Ik sjouw en sleep en sorteer en gooi weg.
Het atelier dat mijn ex en ik vijftien jaar geleden konden overnemen, is al lang geen atelier meer. Er werd tot voor kort niet in gewerkt, eigenlijk was het de plek waar we ons hele verleden neerplempten. Verliefd, samenwonen, verhuizen en kinderen krijgen, het levert een enorme verzameling spullen op. Daar tussendoor werd er een soort van kunstenaarsbestaan geleefd, met verf, doeken, hout en weetikveel waarmee je kunstenaar kunt zijn. In het atelier werden kinderfeestjes gevierd, er werd gepicknickt op de stoep, mozaieken geplakt en gevoegd en computers uit elkaar gehaald. En er werd dus troep neergezet. We kunnen slecht weggooien en dan is een ruimte waar je verzameling spullen niet direkt in het zicht staat funest voor het overzicht.
Maar nu moest het leeg. Het atelier is verbouwd en de helft is afgebroken. Alle spullen zijn er met man en macht en heel veel spierpijn uitgesleept, naar het stort gereden en de stapel nog uit te zoeken want herinneringen ging naar de opslag. Maar nu moet de opslag leeg, eind van de week nog wel.
Dus ik werk me door dozen babykleertjes, brieven, knoopjes en stof, kampeerspullen, kindertekeningen, schoolrapporten, poesiealbums en prullaria van divers pluimage heen. Ik beoordeel stoelen, tafels en kasten op bruikbaar of echt rot. Hij beoordeelt de kunstproduktie op jezus wat een bagger versus: daar kan ik nog wel naar kijken.
Middenin de enorme stapel stonden zes dozen met knuffels. Wie kinderen heeft weet dat je binnen de kortste keren tot aan je nek toe vol met pluisberen, konijntjes, schaapjes, rupsen en beestjes-van-de-kermis zit. Een verstandig mens gooit tussendoor stiekem wat van die berg weg, wij bewaarden alles. Álles. En nu is er geen plaats meer voor zes dozen met knuffels, bovendien speelt er niemand meer mee. Aan mij de schone taak om van de knuffelberg een te behappen herinneringshoopje te maken. Dat was even slikken. Van alle knuffels weet ik de naam, voel ik de belangrijkheid, de paniek als er een zoek was. De woonkamers vol met knuffeldorpen, de bedjes waarin er zoveel mogelijk moesten meeslapen. Knuffels beheersten lang ons leven en nu stonden er naast me grote blauwe vuilniszakken waarin bijna de hele gemeenschap moest worden afgevoerd. Het voelde alsof ik m'n huisdieren naar het asiel bracht.
Braaf maakte ik van alle knuffels een fotootje. Ik zette er zelfs een podiumpje voor op, met het rode ledikantdekentje van mijn jongste zoon als zitgedeelte. Ik heb tientallen foto's van de knuffels. Van Oti, Billenbeer, Rups, Varkentje, IJsbeer, Nijlpaard A en Nijlpaard B, Picachu en Rendier.
Er zijn er nog een paar over, in een bescheiden doos. De rest verdween in de blauwe vuilniszakken die ik op de tast dichtmaakte. Gelukkig staat er voor de deur van de opslag een vuilcontainer die de zakken gelijk onder de grond wegwerkt. Ik ga niet! nadenken over de knuffels die nu onder de grond wachten op de vuilnisdienst, ik ben toch geen watje?
Als je nou even niet naar een schietende Angelina Jolie of Tom Cruise wil, is Je L'Aimais een goed alternatief.
Het huis waar ik ooit woonde maar nog vaak kom heeft een tuinachtig iets. In elk geval een plek om pompoenen te kweken, dahlia's te planten en genoeg groen voor een echte tuinslang. Ergens in deze nieuwbouwsetting is een loopbrug en onder die brug huist een zwaluwstel met kleintjes. Iedere keer als ik er ben kijk ik naar het nestje, de rondvliegende ouders en de ukkies met oranje opengesperde bekjes. Het kwettert harder dan twitter en het is mooi.
Gisteren zat ik op een van de door de woningbouw verstrekte bankjes naar het nestje te kijken toen ik ineens schraap hoorde. Schraap en prrrrt en tjilp en god, wat is het moeilijk om een geluid te omschrijven. Het geluid van zon en hoog gras, van rust en rozig. Het geluid van een tent die niet goed vastgeharingd is omdat het toch nooit gaat regenen, van afwas in een teiltje, van wijn en water aan een wiebelend tafeltje. Van lavendel, een sjokkende campingbaas en z'n vrouw in zo'n schortjurk met een vestje erover.
De krekel zat naast me op het bankje en wreef flink met z'n achterpoten tegen elkaar. Schraap. Prrrrrt. Tjilp. Ik hoefde alleen maar m'n ogen dicht te doen en ik was waar ik wilde zijn. In plaats daarvan maakte ik een foto. Stom.
Vorige week was het weer raak: de Ymere Sticker Brigade kwam langs en plakte verwijderingsstickers op de paar spulletjes die tijdelijk in mijn gang staan te wachten op bestemming. Mijn gang. Uit het zicht, niemand in de weg, netjes tegen de muur, geen zooitje.
De architect van dit grote nieuwbouwcomplex mag ons, de bewoners van zijn geesteskind, nog drie jaar verbieden een wasrek of bloemenbak op het balkon neer te zetten. Vanwege het architectonisch beeld dat daarmee verstoord zal worden. Het schijnt dat hij eens in de zoveel tijd zelf langsrijdt om dit te controleren. Dus buiten mijn huis rijdt een overspannen architect rond, en binnen in het trappenhuis doet men creatief met stickers.
Ik ben een vredelievend mens, dat durf ik rustig van mezelf te zeggen. Van mij mag veel, binnen de grenzen van fatsoen en als je iets gewoon vriendelijk vraagt. Het is maar een paar keer per jaar dat ik compleet uit m'n dak ga en dat is voor niemand leuk. Vaak heeft dat te maken met overschreden fatsoensgrenzen, kleinerend gedoe of ordinaire hufterigheid. Als je het eenmaal echt hebt verpest, dan gaat het ook niet meer over. Lange rek en rek eruit, dat werk. Dat is zo ongeveer nu.
Nooit begrepen waarom je na het beëindigen van een lange relatie je ex-schoonfamilie ineens nooit meer zou zien. Ik heb een hele leuke ex-schoonfamilie, maar ze wonen aan de andere kant van de wereld in Nieuw-Zeeland. Nieuw-Zeelanders zijn een reislustig volk, dus een deel van mijn ex-schoonfamilie is tijdelijk verkast naar Engeland.
Vandaag kwam er een plukje langs en heb ik weer ademloos geluisterd naar mijn ex-zwager en zijn vrouw die al een tijd lesgeven op een British Boarding School. Een echt Harry Potter kasteel met tradities en regels die heel ouderwets aandoen maar stuk voor stuk een functie hebben. Schooluniformen zijn trouwens zo gek nog niet.
Drie jaar geleden vertrok mijn oudste zoon naar kamp, de afsluiting van de basisschool. Zo doet Nederland dat al jaren. We zwaaiden hem uit op de boot naar Texel en drie dagen later haalden we een ingestort maar gelukkig kind op. Op kamp was fan-tas-tisch!
Een aantal weken geleden ging mijn jongste zoon op kamp, drie dagen naar Bergen aan Zee, maar in de eerste nacht reed zijn vader op en neer naar het huis in de duinen om onze zoon weer op te halen. Teveel, te lang en te onveilig; we deden samen veel fout maar we kregen wel een bijzonder kind. Op de laatste dag haalden we met onze zoon de andere kinderen op en probeerden we het euvel tot een goed einde te brengen. Op kamp was hier helemaal niet zo fan-tas-tisch, op kamp was een beproeving die ternauwernood is doorstaan.
Mijn eigen op kamp -ervaring is van ruim vijfendertig jaar geleden, maar ik kan hem nog zo voor de geest halen. Toen groep acht nog gewoon de zesde klas was, deed ik dit:
We gingen naar Vlieland, naar een huis dat "de Vliehorst" heette en nog gewoon bestaat. Op de dag van vertrek deed ik nog even een handstand op de stoep. Ik deed altijd een handstand of een radslag, daar zijn hele filmpjes van, maar deze keer viel ik met m'n gezicht op de stenen en zat ik ik in de bus met een dikke wang. We gingen een week, een hele bloody week, ook al bestond het woord bloody toen nog niet in dit verband. In die week kreeg ik een kaart van mijn ouders en zusje met bemoedigende woorden omtrent de dikke wang, en mijn zusje had geschreven:" hoe gaat het met je wang? ik hoop dat het goed gaat." Voor het woord -goed- stond een zwart wolkje getekend, waarin het woord -slecht- zat verstopt. Een aandoenlijk foutje. Achteraf. Toen was ik boos. In die week kreeg een meisje zo'n heimwee dat ze moest worden opgehaald (Nijmegen-Vlieland!) en een ander meisje werd voor het eerst ongesteld. (drama!) We deden een dropping in de nacht waardoor ik wandelen in het donker met een te zwakke zaklamp nu nog steeds niet zo tof vind. Ik sliep op een kamer met drie meisjes en veel te laat probeerde ik veel te grappig te doen door te zeggen:" Ik zie iets door een reet van het gordijn". (het ging hier om het woord -reet- waarvan ik heel goed de andere betekenis wist, als in: kier, opening. In het gordijn. Je begrijpt de misplaatste grap.) Mijn veel te grappige aktie werd onmiddellijk afgestraft door het hoofd van de school dat juist op dat moment aan de buitenkant van het gebouw langs het betreffende raam liep en antwoordde: "ja, dat ben ik Odette!" Ik heb een sterk hart. De bonte avond was stom, want ik was veel te verlegen voor een optreden en het moest. Ook toen kon ik al niks met commando's.
Een van de meisjes uit mijn klas kwam uit Australie. Dat was natuurlijk ontzettend stoer en belangrijk want ze sprak Engels. Zo vertelde ze ons dat het nummer Rock the Boat van The Hues Corporation een geweldig nummer was vanwege de hele leuke tekst. Ik begreep er niks van, van die tekst, maar ik had een blinde bewondering voor iedereen die Engels sprak dus ik geloofde haar op haar woord. Tot op de dag van vandaag is Rock the Boat van The Hues Corporation een van mijn favoriete muziekjes. Een gezellige tekst, weet ik nu, op een swingend melodietje, niks mis mee.
In de brugklas gingen we weer op kamp, maar daar ontdekten de meisjes de jongens en andersom. "Our love is like a ship on the ocean, we've been sailing with a cargo full of, love and devotion". Rock the Boat werd vanaf dat moment de praktijk en dat is eigenlijk nooit meer opgehouden.